Naar de inhoud
Wedstrijdplan

Wisselschema voor 11 tegen 11 bij voetbal

In het jeugdvoetbal speel je vanaf O13 (voorheen JO13) 11 tegen 11 op een heel veld. Een eerlijk wisselschema verdeelt de veldminuten over al je spelers. Wat vandaag niet precies uitkomt, maak je de volgende wedstrijd goed.

Bijgewerkt op 1 oktober 2026

Voorbeeld: wisselschema 11 tegen 11 met 14 spelers (2×30 minuten)

Met een vaste keeper wisselen er na 15 minuten, in de rust en na 45 minuten steeds drie spelers. De keeper en één veldspeler spelen 60 minuten; de andere twaalf spelers spelen 45 minuten.

  • 0–15 minuten: speler 1 staat op doel. Spelers 5 tot en met 14 starten in het veld; spelers 2, 3 en 4 zitten op de bank.
  • Na 15 minuten: spelers 2, 3 en 4 erin; spelers 5, 7 en 13 eruit.
  • In de rust: spelers 5, 7 en 13 erin; spelers 6, 9 en 14 eruit.
  • Na 45 minuten: spelers 6, 9 en 14 erin; spelers 8, 11 en 12 eruit.

Dit schema is gemaakt met de planner van Wedstrijdplan. Speler 10 is de veldspeler die 60 minuten speelt.

Maak dit schema voor jouw team

Hoeveel minuten speelt elk kind bij 11 tegen 11?

Tel de veldminuten en deel ze door het aantal spelers. Met 13 spelers en 2×35 minuten zijn er 11 × 70 = 770 veldminuten. Gedeeld door 13 is dat ongeveer 59 minuten per speler.

Staat er een vaste keeper, dan speelt die de hele wedstrijd en verdeel je de rest over de veldspelers: 10 plekken × 70 = 700 minuten. Gedeeld door 12 veldspelers is dat ongeveer 58 minuten.

Speeltijd per speler bij 11 tegen 11

Minuten per speler als iedereen evenveel speelt, afgerond op hele minuten. De keeper rouleert mee.

Speeltijd per speler bij 11 tegen 11, per aantal spelers en speelduur

Spelers 2×30 O13 2×35 O14–15 2×40 O16–17 2×45 O19
1255647383
1351596876
1447556371
1544515966
1641485562
1739455258
1837434955

De speelduur per leeftijd volgt de KNVB-competitie. Met een vaste keeper reken je met 10 plekken en tel je de keeper niet mee.

Maximaal drie wisselmomenten in categorie A vanaf O15

Speelt je team O15, O16 of O17 in een divisie of de Hoofdklasse, dan mag je volgens de KNVB maximaal drie keer wisselen buiten de rust. Wisselen in de rust telt niet mee en terugwisselen mag. In O19 categorie A zijn het ook drie momenten, met vijf wissels en zonder terugwisselen. In categorie B, de 1e klasse en lager, wissel je onbeperkt.

Met drie momenten en de rust kom je minder gelijk uit dan met een wissel om de tien minuten. Het saldo over het seizoen maakt dat goed. Bron: de invallersbepaling van de KNVB, seizoen 2026/’27.

Waarom het nooit precies uitkomt

Veertien spelers, zestig minuten, elf op het veld: dat deelt niet mooi. Met blokken van een kwartier speelt altijd iemand een blok meer. Wissel je vaker, dan wordt het verschil kleiner, maar langs de lijn ook drukker. Hoe je daartussen kiest, lees je bij rust of gelijke speeltijd.

Daarom kijk je naar het seizoen en niet naar één wedstrijd. Houd per speler bij hoeveel minuten die meer of minder heeft gespeeld dan het eerlijke deel. Wie achterstaat, krijgt de volgende keer voorrang. Wie afwezig was, telt voor die wedstrijd niet mee. Hoe dat werkt, lees je bij speelminuten bijhouden over het seizoen.

Zo doet Wedstrijdplan het

Wedstrijdplan rekent dit voor je uit. Je zet je spelers erin, kiest hoe vaak je wisselt en ziet meteen hoeveel minuten iedereen speelt. Speelt je team in categorie A, dan stelt de app alleen schema’s voor die binnen de wisselregels blijven. De app houdt gedurende het seizoen het saldo per speler bij, zodat wie deze week een blok minder speelde volgende week voorrang krijgt. Gratis en zonder account. Bekijk wat Wedstrijdplan nog meer doet.

Maak je eigen wisselschema